
Op het Autosalon van Brussel kon Bestelauto exclusief in gesprek met Eric Laforge, verantwoordelijk voor de Stellantis Pro One businessdivisie. Hij gaat in op marktaandelen van NL en Europa, de vele merken binnen Stellantis Pro One en de volgende generatie bestelauto’s. Zijn voorgangster Anne Aboud en Luca Marengo, vice-president Product & Innovation, schuiven ook aan.
Meneer Laforge, hoe kijkt u terug op 2025 voor Stellantis Pro One? Financieel, qua ambities, hoogte- en dieptepunten?
Eric Laforge: “Als we naar Europa kijken, dan hebben we in 2025 gedaan wat we moesten doen. Onze marktaandelen liggen in lijn met die van het jaar ervoor en we zijn nog altijd marktleider in het Europese LCV-segment. In landen als Frankrijk en Italië laten we zelfs uitgesproken sterke prestaties zien. België is een mooi voorbeeld: daar groeiden we vorig jaar met 3,4 procent marktaandeel. Nederland blijft een markt waar we duidelijk ruimte zien voor verbetering, zowel in volume als in marktaandeel, maar iedereen weet wat daar is gebeurd na de uitzonderlijke piek in 2024. Wereldwijd staan we overigens structureel op het podium: nummer één in Europa en Zuid-Amerika, nummer twee in de regio Midden-Oosten en Afrika en nummer drie in de Verenigde Staten. Dat geeft aan hoe solide onze positie is.”
Hoe is de verkoop verdeeld tussen ICE en BEV? En welke landen lopen voorop?
“In Europa bestaat de markt nog altijd voor ongeveer 90 procent uit voertuigen met een verbrandingsmotor. Slechts zo’n 10 procent is volledig elektrisch. Die overgang naar BEV verloopt duidelijk langzamer dan we enkele jaren geleden hadden gepland. Dat heeft meerdere oorzaken: de laadinfrastructuur, de total cost of ownership, maar vooral ook klanten die merken dat een elektrische bestelauto niet altijd aansluit bij hun dagelijkse inzet. Dat betekent overigens niet dat wij niet inzetten op elektrificatie. Integendeel: ons volledige LCV-gamma is inmiddels geëlektrificeerd, van de compacte TRIS tot de grotere modellen als Ducato, Boxer en Jumper. Maar de markt vraagt er simpelweg nog niet in het tempo dat was verwacht. In Noord-Europa zien we de meeste EV-adoptie, met landen als Noorwegen en Nederland, al is Nederland tegelijk ook het pijnlijke bewijs hoe snel volumes kunnen verdampen door regelgeving.”
In Nederland daalde de verkoop sterk door regelgeving. Praat Stellantis met overheden over welke regelgeving wordt toegepast?
“Ja, absoluut. We zijn eerlijk gezegd teleurgesteld over een aantal besluiten van de Europese Commissie die eind vorig jaar zijn genomen. Mijn collega Anne Aboud was hier intensief bij betrokken.”
Anne Aboud: “Samen met andere fabrikanten, via ACEA, blijven we hierover in gesprek. We hebben bijvoorbeeld gevraagd om een overgangsperiode van vijf jaar om de regelgeving te laten landen bij klanten, maar dat zijn er uiteindelijk drie geworden. Ook richting 2030 zijn de doelstellingen stevig aangescherpt: wij hadden ingezet op een realistischer bandbreedte. Vandaag de dag is eigenlijk geen enkele fabrikant volledig compliant in het LCV-segment. Dat maakt duidelijk hoe complex deze transitie is.”
Wat zijn de plannen en ambities voor 2026?
Eric Laforge: “We communiceren geen concrete verkoopdoelstellingen, omdat dat altijd tegen je gebruikt kan worden. Maar één ding is duidelijk: een stap terug accepteren we niet. We willen groeien in marktaandeel. Dat geldt vooral voor landen waar we momenteel onder het Europese gemiddelde zitten, zoals Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Ook in Nederland zien we, ondanks de lage markt, nog altijd ruimte om ons aandeel te vergroten.”

CustomFit krijgt hier in Brussel veel aandacht. Hoe belangrijk is dit programma voor Pro One?
“CustomFit is een essentieel onderdeel van onze strategie. In 2025 liep ongeveer 15 procent van onze geproduceerde voertuigen via CustomFit-conversies. Daarnaast werd zo’n 12 procent gepersonaliseerd met bijvoorbeeld inrichting, bestickering, dakdragers of betimmering. Dat laat zien hoeveel potentieel hier nog zit. Voor klanten betekent dit snelheid, kostenvoordeel en OEM-kwaliteit, omdat alles direct in de fabriek gebeurt. Inmiddels zijn al onze zes Europese LCV-fabrieken uitgerust met CustomFit-oplossingen en het is onze ambitie om dit concept ook buiten Europa uit te rollen.”
Analisten zeggen dat Stellantis te veel merken heeft voor een goede bedrijfsvoering. Geldt dat ook voor Pro One?
“Nee, dat vind ik niet. Voor LCV-klanten blijft het merk een belangrijke aankoopreden, vaak gekoppeld aan het dealernetwerk. In veel landen beschikken we over sterke, historisch gewortelde merken. Dat is juist een voordeel. Technisch delen de voertuigen dezelfde basis, dus extra kosten blijven beperkt. Bovendien is service cruciaal: een bestelauto moet blijven rijden. De nabijheid en kwaliteit van het netwerk zijn daarin minstens zo belangrijk als het product zelf.”

Wat zijn uw persoonlijke ambities nu u terug bent bij Stellantis?
“Wat mij vooral motiveert, is het verder professionaliseren van het netwerk. Dat is een belangrijke pijler voor toekomstig succes. Daarnaast werken we al intensief met het team aan de volgende generatie lichte bedrijfswagens. Dat is inhoudelijk uitdagend en strategisch enorm belangrijk.”
Wanneer kunnen we die nieuwe generatie LCV’s verwachten?
“We zullen later dit jaar, rond het einde van het tweede kwartaal, tijdens de presentatie van het strategisch plan meer details bekendmaken. Dat wordt het moment waarop we echt vooruit kunnen kijken.”
De TRIS wordt hier gepresenteerd. Komt die ook op de markt in Nederland?
Luca Marengo: “De TRIS is een nieuw segment binnen de LCV-markt. We zijn gestart in Marokko en zijn nu aan het testen in Italië. Nederland is zonder twijfel interessant, vooral gezien de focus op micromobiliteit en last-mile delivery. Dit is typisch een markt waar het aanbod de vraag kan creëren. We willen dit voertuig stap voor stap introduceren. Onze ambitie is om de TRIS in Europa aan te bieden voor minder dan 8.000 euro. De kans is groot dat Nederland volgt, maar we nemen daar de tijd voor.”


