De uitstoot van fijnstof door remslijtage kan drastisch omlaag met roestvaststalen (RVS) remschijven. Dat blijkt uit onderzoek van Fraunhofer IWU en partners. De nieuwe generatie remschijven voldoet ruimschoots aan de aankomende Euro 7-emissienorm, die vanaf eind 2026 (typegoedkeuring) en 2027 (registratie) limieten stelt aan niet-uitlaatemissies zoals rem- en bandenslijtage.
In combinatie met anorganisch frictiemateriaal verminderen de RVS-remschijven de slijtage met meer dan 85 procent ten opzichte van conventionele gietijzeren schijven met organische remblokken. Daarmee dalen ook de fijnstofemissies significant, een belangrijke stap aangezien de nieuwe norm maxima van 3 mg/km (elektrische voertuigen) en 7 mg/km (overige aandrijflijnen) voorschrijft voor voertuigen tot 3,5 ton – inclusief bestelauto’s.

De remschijven zijn vervaardigd via een vormproces en hebben volgens de onderzoekers een levensduur tot 300.000 kilometer. Dat opent de deur naar een ‘lifetime’ remsysteem, waarbij vervanging gedurende de levenscyclus van het voertuig niet of nauwelijks nodig is. Ter vergelijking: traditionele systemen moeten onder ongunstige omstandigheden soms al na minder dan 40.000 kilometer worden vervangen, mede door corrosie en slijtage.
Naast lagere emissies biedt RVS nog andere voordelen. Een set van vier schijven kan tot 5 kilogram lichter zijn dan gietijzeren varianten. Dat verlaagt het energieverbruik en de onafgeveerde massa, wat de rijeigenschappen en efficiëntie ten goede komt.
De ontwikkeling is getest op een remtestbank van de Technische Universität Chemnitz en voldoet aan de SAE J2522-norm. Aan het project werkten onder meer de bedrijven ElringKlinger en Andritz Abewa mee.

