Bestelautotests

Multitest 3,5 tonners

1

De bedrijfsautomarkt is langzaam (heel langzaam) herstellende van een grote dip in verkopen. Maar de ergste crisis ligt achter ons, en dat komt mede doordat bestelauto’s in heel Europa weer meer verkocht worden. In het zwaarbevochten segment van de 3,5 tons bestelauto’s zetten Renault en Opel nu nieuwe auto’s in. Dus is dit hèt moment om de 3,5 tonners ’s met elkaar te vergelijken.

’t Was even slikken in 2009. Werden er in 2008 nog dik 84.000 bestelauto’s verkocht, vorig jaar waren dat er nog maar iets meer dan 51.000. Een hele forse teruggang, veroorzaakt door de economische crisis die we ons maar al te goed herinneren (en die velen in het MKB nog voelen). Wie wil doemdenken, moet dat zelf weten, maar er is volgens goed gebruik maar één manier om een economie weer uit het slop te krijgen: investeren (op zijn minst voorzichtig). En dat is wat ondernemers het eerste half jaar hebben gedaan, als het om bestelauto’s gaat tenminste. In de eerste zes maanden van 2010 kregen 27.587 nieuwe bestelauto’s een eigenaar. Gaat het in de tweede helft van dit jaar ook zo goed, dan worden er dik 55.000 bestellers verkocht en dat is toch zo’n 4.000 meer dan in 2009. Misschien nog steedjes vergeleken bij 2008, maar dat was ook nog het jaar dat de bomen tot in de hemel groeiden.

Wellicht dat de bestelautomarkt ook kan profiteren van een gezonde impuls: nieuwe producten. Renault en Opel vonden 2010 het geschikte jaar om hun gezamenlijk ontwikkelde en geproduceerde bestelauto’s Master en Movano geheel te vernieuwen. Dat werd ook weleens tijd, want de eerste generatie Master dateert van 1997, de Movano kwam iets later in 1999. Ondanks diverse updates konden de Master en de Movano in de verkoopstatistieken van de afgelopen jaren geen hoofdrol meer spelen.

Eerder dit jaar presenteerden Renault en Opel hun nieuwe auto’s, en dat is voor Bestelauto reden genoeg om ze meteen maar de strijd te laten aanbinden met hun voornaamste concurrenten. Die zijn trouwens, net als Opel en Renault, ook niet vies van wat samenwerking. Zo is de Peugeot Boxer in deze test ook verkrijgbaar als Fiat Ducato en Citroën Jumper en zijn de Volkswagen Crafter en de Mercedes-Benz Sprinter in de basis ook dezelfde auto, alleen koos VW voor een geheel eigen(zinnige) neus. De Ford Transit is de enige geheel op zichzelf staande productie in deze test. Een bijzondere auto, de Transit, want het is Fords enige grote bestelauto, die zowel concurreert met bijvoorbeeld de Mercedes-Benz Vito in lagere gewichtsklassen als met de Sprinter in klassen tot boven de 3,5 ton. De Ford Transit viert overigens feest dit jaar, want hij bestaat al 45 jaar. In al die tijd werden er meer dan 6 miljoen Transits geproduceerd.

Voor deze test bestelden we bij de importeurs auto’s met een verlengde wielbasis (L2) en een verhoogd dak (H2). Alle importeurs voldeden daar netjes aan, behalve Opel, die de Movano als L3H2 aanleverden. Voor de motorisering gingen we uit van een diesel met 125 pk. Alle auto’s zitten rond dat aantal paardenkrachten, alleen de VW en de Ford zitten er iets boven.

Genoeg gepraat nu over deze bestelauto’s, hoog tijd om ’s in te stappen, goed rond te kijken en vooral wat kilometers te gaan maken!

Ford Transit 350L 140 Trend

Klein? Bestelauto testte hier toch langere en hogere bestelauto’s? Klopt, maar de Ford Transit is ondanks zijn hogere dak en langere wielbasis een flink stuk korter en ook lager dan de overige hier geteste auto’s. Dus wat u op de foto’s al meende te zien is géén optisch bedrog. Opvallend is daarom dat de Transit met de lengte van zijn cabine goed scoort. Hij levert wel in op de hoogte in de cabine. Wij hadden met onze gemiddelde lengte (180 cm) nog maar 11 cm hoofdruimte over. De cabine van de Transit valt ook op door zijn uitgekiende design, met veel bergruimte. Het klaptafeltje met bekerhouder bovenop het dashboard blijft een prima vondst, dat vreemd genoeg nooit navolging heeft gekregen. De bijrijdersbank biedt plaats aan twee passagiers, maar heeft geen extra functie door opbergruimtes bijvoorbeeld. De spiegels van de Transit zijn overigens het kleinst en hebben niet zoals de andere auto’s een richtingaanwijzer erin geïntegreerd, maar de spiegels hebben wel een ander voordeel: ze zitten aan de carrosserie vast en daarom kun je in de spiegel blijven kijken als je deur opent in een drukke straat. Wel zo veilig. De beperkte afmetingen van de Transit hebben ook gevolgen voor het laadvolume. Dat is het kleinst van alle hier geteste auto’s, en dat komt vooral door de beperkte hoogte van de laadruimte. De auto scoort goed in onze verbruikstest. Hij is het zuinigst van allemaal. De 140 pk sterke 2.2 Duratorq motor is lekker krachtig en zorgt dat we lekker met het verkeer mee kunnen rijden. De Ford beschikt sowieso over bijzonder prettige rij-eigenschappen, die wel van Fords personenauto’s geleend lijken. Het prettig in de hand liggende stuurwiel komt al uit de vorige generatie Mondeo. Dankzij de zesversnellingsbak blijven de toeren binnen de perken. Het geluid van de motor is ook netjes, maar rond de A-stijlen hoorden we toch wat gepiep en gefluit van de wind. De Transit draait weliswaar al heel wat jaren mee in dit segment, hij kan nog prima mee komen.

Mercedes-Benz Sprinter 313 CDI

 

De Mercedes-Benz Sprinter draait al weer heel wat jaartjes mee, maar de testauto die wij van Mercedes kregen, ziet er nog uitstekend uit. Hij wordt ook gewaardeerd, getuige het aantal Sprinters dat in Nederland rijdt. De cabine van de Sprinter is niet bijzonder ruim, in vergelijking met de andere auto’s, wel is er bijzonder veel hoofdruimte. Er zijn in de cabine twaalf bergvakken, waarvan twee boven het hoofd. Er is ook een groot documentenvak boven op het dashboard. In het dashboard zit een prachtig Pionier multimediasysteem, natuurlijk een optie. Als enige van de testauto’s heeft de Sprinter geen bijrijdersbank, maar een stoel. Beide stoelen hebben anti-whiplash hoofdsteunen. De spiegels zijn lekker groot en hebben LED-indicatoren voor de parkeersensoren. Het stuur is uitsluitend om mee te sturen, er zit verder geen knopje op. Dat betekent dat de cruisecontrol bediend moet worden met een stengel, net zoals tien jaar geleden. Dat hebben andere merken, met bijvoorbeeld knoppen op het stuur, beter voor elkaar.
Onze test Sprinter heeft achterwielaandrijving. De 2143 cc grote motor levert 129 pk. Hij is standaard gekoppeld aan een vijftraps automatische versnellingsbak, die overigens ook manueel te bedienen is. De zorgt ervoor dat bij automatisch schakelen het toerental veel hoger oploopt dan noodzakelijk. Meestal wordt er geschakeld tussen de 3000 en 3500 toeren. In het algemeen liggen de toeren hoger dan bij de andere auto’s. De acceleratie van de Sprinter is weliswaar niet top, het verbruik scoort licht onvoldoende. Optioneel, zonder meerprijs, is de Sprinter leverbaar met handgeschakelde ECO GEAR 6-bak, net zo een als de VW Crafter die heeft. Nu scoort de Sprinter het slechtst op actieradius: 700 km. Opvallend is wel dat ondanks de hogere toerentallen het in de cabine aangenaam stil is.
De Sprinter scoort goed met zijn hoge laadruimte. Daardoor is ook het laadvolume dik in orde, 11,4 m3. De auto is wel zwaar en daardoor is zijn laadvermogen niet zo hoog als die van de andere geteste bestellers.

Opel Movano L3H2 2.3 CDTi

 

De nieuwe Opel Movano komt in een tijdperk dat Opel zijn hele productgamma op de schop neemt. Er is een hele reeks nieuwe personenauto’s, die een forse kwaliteitsimpuls hebben gekregen. Leuk aan het uiterlijk van de Movano is dat hij een front heeft gekregen dat duidelijk maakt dat ook hij van de nieuwe Opel generatie is. De grote ovale koplampen worden geflankeerd door een zwarte grille met de kenmerkende strook chroom erboven en een groot Opel logo. Het geeft de Movano een eigen look, een die echt anders is dan die van de Renault Master. De Movano is met zijn extra lange wielbasis fors langer dan de rest van de hier geteste auto’s, hij komt als enige boven de zes meter uit. Dat geeft natuurlijk wat scheve verhoudingen als wordt gekeken naar laadvolume. Daarin is hij veruit de grootste, maar bij een Movano met L2H2 zou hij net zo scoren als de Master, en dat is niet zo heel erg goed. Door zijn hogere gewicht levert hij in op laadvermogen. Ook geen eerlijke vergelijking dus, kijk ook hier even naar de gegevens van de Master voor de juiste interpretatie. De Movano deelt bijna alles met de Master, ook de cabines zijn grotendeels gelijk. Die blinken uit in enorm veel bergruimte en ergonomisch gemak. Slimmigheden zijn de cruisecontrol bediening op het stuur, de opklapbare documentenhouder in het dashboard en de laptoptafel in de neerklapbare leuning van de bank. Mooi is de afleesunit voor de audio en boordcomputer, in het midden van het dak. Aflezen is echter niet altijd handig, zeker niet tijdens het rijden. Onderweg zijn oneffenheden goed voelbaar, veel meer dan bij de Master. Wellicht een gevolg van de langere wielbasis.
De Movano deelt zijn motor met de Master. Er staan zelfs Renault-emblemen op de krachtbron in de Opel. Dat betekent helaas ook dat het brandstofverbruik niet zo goed is als je zou verwachten van een geheel nieuwe motor. Daarbij komt dat ondanks een beschaafd toerental en de zesversnellingsbak het geluidsniveau op de snelweg, bij 120 km/h, met 75 dbA aan de hoge kant is.

Peugeot Boxer 333 L2H2 HDi

Onopvallend is de Peugeot Boxer niet. De als Italiaanse Fiat ontworpen auto heeft juist een heel eigen gezicht, wat ook vier jaar na de introductie nog steeds heel modern is. De Peugeot is na de Ford het kortst van ons test sextet, maar wel het breedst van allemaal. Die opzet komt terug in de cabine, want in de breedte biedt Peugeot ook hier het meeste ruimte, net als in de lengte trouwens. De cabine is weer niet zo hoog, wat te merken is aan de ruimte boven het hoofd. Het interieur valt op door het gebruik van veel hard plastic. De cabine heeft flink wat bergruimte, inclusief een groot, afsluitbaar documentenvak onder het dashboard. De leuning van de bijrijdersbank is uitklapbaar, er komt een klein tafeltje, bekerhouders en een papierclip uit tevoorschijn. Een uitklapbare documentenhouder is bovenop het dashboard gehuisvest. De Boxer heeft een handbediende airco, optionele inklapbare spiegels (wel handig) en een cruise control. De bediening daarvan gebeurt met een hendel aan de linkerkant van de stuurkolom, net onder de hendel voor de richtingaanwijzer. Niet de meest perfecte plek, je haalt de twee nog wel eens door elkaar. De laadruimte van de Boxer is toegankelijk door twee achterdeuren die 270 graden open kunnen en een systeem met plastic kettingen hebben. Kost wel 300 euro extra. De Boxer zit in de middenmoot met zijn laadvolume en eindigt onderaan met zijn laadvermogen. Da’s echter verklaarbaar, want onze test Boxer heeft een GVW van 3,3 ton, terwijl de anderen 3,5 tons auto’s zijn. De 3,5 tons versie van de Boxer scoort met 1604 kg laadvermogen een prima waarde. De 120 pk sterke 2.2 HDi diesel doet goed mee in dit gezelschap. Hij is redelijk rap, aan zes gangen gekoppeld en doet het in de verbruikstest ook goed. Dankzij zijn grote tank heeft hij de beste actieradius. Hij heeft alleen als enige testauto géén roetfilter en voldoet slechts aan de Euro 4 – emissie-eis. Goedkoper dan de rest is hij wel, maar het gaat hier dan ook om een Profit + actiemodel. De Boxer presteert prima, maar wel zonder echt op te vallen.

Renault Master L2H2 2.3 dCi

De Opel en de Renault lijken in veel op elkaar, maar ze hebben wel een heel verschillende neus. Dat van de Master is eigenzinnig en heeft een soort lamellengrille, die we er op de eerste foto’s van eerder dit jaar wat vreemd vonden uitzien, maar die in het echt heel erg meevalt. Zeker bij de zilvergrijze lak van ons testmodel past de grille wonderwel. Verder vallen de moderne koplampen op, en de verspringing in de achterruiten, net als bij de vorige generatie. Als we willen instappen in de cabine, worden we blij verrast. De Master heeft een keyless entry system. Met andere woorden: sleutel in de zak, hand op de deurhendel, en de auto ontgrendelt automatisch. Als we, na een hoge instap (die de Opel ook heeft) achter het fraaie stuur zitten, weten we ineens weer waarom comfort een Frans woord is. Niet alleen zitten de stoelen uitstekend, het hele dashboard is ergonomisch helemaal in orde. De bergruimte is met 20 grote en kleine bergvakken indrukwekkend. De Master heeft in tegenstelling tot de Opel geen bergruimte onder bijrijdersbank, wel heeft hij net zo’n slimme tafel voor de laptop. Verder zien we twee 12V-aansluitingen, een (helaas slechts optionele) handbediende airco en cruisecontrol met bediening op het stuur. Toegang tot de laadruimte is te verkrijgen door twee 180 graden openslaande achterdeuren en een zijschuifdeur aan de rechterzijde. Renault gaf hoog op van de grootte van de toegang van die zijdeur, maar hij blijkt van dezelfde dimensies als de andere testauto’s. De Master scoort goed op laadvermogen, maar stelt teleur bij het laadvolume. Alleen de Ford is nog slechter. Opvallend is een 12 V aansluiting in de laadruimte.
Niet alleen de cabine, ook het weggedrag van de Master is comfortabel. Dat lijkt echt op dat van een personenauto en je voelt je direct bij het wegrijden al op je gemak in de auto. De Master heeft last van wat windgeruis rond de A-stijlen en de airco maakt wat lawaai. De 125 pk sterke 2,3 dCi diesel stelde in de verbruikstest wat teleur.

Volkswagen Crafter L2H2 2.5 BlueTDI

De Volkswagen Crafter draait alweer flink wat jaartjes mee, maar de Duitsers hebben natuurlijk wel de nodige updates doorgevoerd. Zo was de Crafter de eerste die aan Euro5 (en zelfs EEV) voldeed, mede door een SCR-katalysator. Dat zorgt er wel voor dat de Crafter AdBlue verbruikt. Het kan aangevuld worden in een vulopening onder de motorkap, maar dat hoeft slechts om de ongeveer 25.000 km. Bovendien doet VW het voor u de eerste drie jaar. Er staat niet voor niets BlueTDI achterop de Crafter. Hij heeft namelijk ook MSS, een start-stop systeem. Stopt u met de Crafter en zet u de zesversnellingsbak in zijn vrij en haalt u de voet van de koppeling, dan schakelt de motor zichzelf uit. Op het moment dat u de koppeling weer intrapt, start de motor weer razendsnel. Het scheelt uitstoot en diesel bij werk waarbij u veel kortstondig moet stoppen. Jammer is wel dat ‘BlueTDI’ blijkbaar niet inhoudt dat de Crafter een schakelindicator heeft (zoals de Movano en Master) en dat de CO2-uitstoot vreemd genoeg het hoogste is van alle testauto’s. De zesversnellingsbak heeft overigens een zeer korte eerste versnelling, bij nullast volstaat wegrijden in de twee. De 2,5 commonrail diesel is een vijfcilinder en dat geeft een wat onrustige loop. De motor is wel pittig en hij legt het koppel wel heel snel naar de achterwielen. Enkele malen hadden wij zelfs wheelspin, wat eigenlijk toch niet zou mogen. Het verbruik is gemiddeld, maar wel beter dan de Sprinter met automaat.
De Crafter heeft in de cabine veel gemeen met de Sprinter, inclusief de ouderwetse cruise control bediening. Ook heeft hij de forse ruimte boven het hoofd. De laadruimte is met 11,4 kuub lekker groot, het laadvermogen is nog iets lager van de Sprinter en valt tegen.
De Crafter lijkt in veel op de Sprinter, maar niet qua uiterlijk. De mannen uit Wolfsburg kozen voor een geheel eigen neus op de Crafter. Of dat mooi is, is aan u. Wat niet zo mooi is, is dat de Crafter de hoogste aanschafprijs heeft.


Conclusies
Na een week in het gezelschap te hebben verkeerd van zes moderne 3,5 tons bestellers, is er ruimte voor verwondering. Want ondanks een crisis en financiële troubles voor veel bedrijfsautofabrikanten, blijven de bestelauto’s doorontwikkeld worden. De nadruk ligt daarbij tegenwoordig op duurzaamheid en vooral een zo schoon mogelijke bestelauto. Dat is duidelijk terug te zien in ons test sextet. Zo hadden alle testauto’s een zesversnellingsbak – behalve de Mercedes, maar die kan ‘m ook krijgen. Zes versnellingen op een bestelauto, dat was tot voor kort ondenkbaar. Schakelindicatoren (Ford, Renault en Opel) en een start-stop systeem (VW) zijn net zo nieuw en baanbrekend in dit segment. Zo weinig mogelijk emissie is ook een eis, daarom is Euro 5 ook zo goed als standaard in dit segment. De Volkswagen voldoet zelfs aan EEV. Alleen Peugeot blijft hangen in Euro 4.
De berijders van deze bestelauto’s kunnen niet klagen hebben over de ‘leefomstandigheden’ in de cabines. Die benaderen het comfort van personenauto’s steeds meer. De Peugeot heeft de ruimste cabine en door de hoge voorruit ook een goed zicht. Ook de Ford heeft een hoge voorruit en een brede cabine, maar hij heeft de minste ruimte boven de chauffeursstoel. De Mercedes en de Volkswagen hebben daar juist weer heel veel van. Innovatie laat zich gelden in de cabine, de nieuwe Renault en Opel scoren het best op ergonomie en bergruimte. Ook hebben zij aardige vindingen als de laptoptafel.
De laadruimtes in deze testauto’s zijn allemaal prima ingericht, maar ze verschillen fiks in volume, ondanks dat bijna alle auto’s de configuratie L2H2 hebben. De Mercedes en de Volkswagen zijn hier de winnaars. De Opel heeft weliswaar meer kubieke meters, maar hij heeft een extra lange wielbasis. Als L2H2 zou hij net zo scoren als de Renault (10,3 m3), niet genoeg voor een hoge score. De Peugeot doet het bijna net zo goed als de Mercedes en VW, de Ford laat hier door kleinere dimensies duidelijk terrein liggen. De Ford is daardoor ook wat lichter, en ja hoor, daardoor heeft hij wel het meeste laadvermogen: 1660 kg. De Renault en de Opel komen daar iets achteraan, dan volgen de Mercedes, de VW en de Peugeot, die als 3,5 tonner tweehonderd kilo meer mag meenemen. Wie iets aan de trekhaak wil hangen, mag het meeste meenemen met een Ford of Mercedes, en het minst met een VW.
De Ford is het lichtst, maar hij heeft ook de meeste pk’s: 140. Geen wonder dus dat hij met glans alle acceleratiemetingen wint. Hij heeft ook het meeste koppel. Ook de Peugeot is rap. De Mercedes heeft bij de acceleraties duidelijk last van zijn automaat.
Ook bij de verbruikstest komt de Mercedes niet goed uit de verf. Met zijn automaat levert hij een kilometer per liter diesel in op de handgeschakelde Crafter. De Ford wint ook de verbruikstest, de Peugeot doet het ook goed, maar heeft wel de minst krachtige motor. De Renault en de Opel stellen teleur, de Opel eindigt zelfs als laatste.
Wie de tabellen op deze pagina’s nakijkt, ziet dat de Ford en de Peugeot op veel punten goed scoren. Het gaat echter te ver hen tot winnaars van deze test uit te roepen. Alle hier geteste auto’s hebben plus- en minpunten. Het is aan u om te beslissen welke voor u het zwaarst wegen. U moet uiteindelijk (misschien) met deze auto’s rijden. Het verdient aanbeveling om bij een eventuele aankoop u ook te (laten) informeren over onderhoudsintervallen en garantietermijnen van deze auto’s. De keuze is aan u.

Bekijk de e-zine versie van Bestelauto voor het complete artikel, inclusief alle tabellen en metingen en nog meer foto’s!

1 reactie op “Multitest 3,5 tonners

  1. Pim schreef:

    Ik kan de metingen niet vinden. Voornamelijk het verbruik van de vw crafter bluetdi 2.5 ben ik naar op zoek aangezien ik mogelijk zo’n bestel wil aanschaffen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.