De tijd dringt voor bestelauto’s boven 2,5 ton die worden ingezet voor internationaal transport. Vanaf 1 juli moeten ze zijn uitgerust met een tachograaf en moeten bestuurders de rij- en rusttijdenwetgeving volgen. Voor de betreffende bedrijven dreigt een grote administratieve last. Brancheverenigingen vragen zich af of dat besef bij iedereen al is doorgedrongen.
De tachograafplicht is een uitvloeisel van het Mobility Package, een pakket van maatregelen waarmee de Europese Unie het wegvervoer veiliger en eerlijker wil maken. Op dit moment mogen lichte bedrijfsvoertuigen met een toegestane maximummassa van 3500 kilogram (leeggewicht + laadvermogen) nog heel Europa doorkruisen zonder dat chauffeurs aan de tachograafplicht hoeven te voldoen. Met als gevolg dat duizenden transportbedrijfjes uit voornamelijk Oost-Europa hun chauffeurs het hele continent over sturen in kleine bakwagentjes met een slaapcabine op het dak, op zoek naar lading.
Omdat niemand controleert hoe lang de chauffeurs achter het stuur zitten, vormen deze ‘polensprinters’ een potentieel gevaar op de weg en oneerlijke concurrentie voor het vrachtverkeer. De EU wil daaraan een einde maken door bestelauto’s met een toegestane maximummassa van 2,5 tot 3,5 ton dezelfde wetgeving op te leggen als vrachtauto’s. Dat betekent concreet dat deze voertuigen vanaf 1 juli een tachograaf moeten hebben en dat hun chauffeurs de rij- en rusttijdenwetgeving moeten naleven.

Dertig procent
Let op: de verplichtingen gelden alleen voor bestelauto’s die worden ingezet voor internationaal wegvervoer. Elk transportbedrijf dat zijn bestelauto’s in opdracht van derden de grens over stuurt, moet dus hieraan voldoen. Daaronder vallen de internationaal rijdende koeriersbedrijven, maar ook de specialisten in fijnmazige distributie die vanuit hun Nederlandse depots adressen in België en Duitsland meepikken.
Voor alle andere bedrijven met bestelauto’s is de Europese verordening minder eenduidig. In principe zijn eigen vervoerders vrijgesteld, tenzij de chauffeur meer dan 30 procent van zijn werktijd achter het stuur zit. De schilder, loodgieter of meubelmaker met een paar klanten over de grens, zal die 30 procent misschien niet halen. Maar dat kan anders zijn voor een groothandelaar, witgoedleverancier of servicemonteur die doorgaans meer tijd op de weg doorbrengt.
Niemand weet exact om hoeveel bestelauto’s het gaat. In Nederland rijden volgens cijfers van het CBS iets meer dan een miljoen bestelauto’s rond. “Als ik een heel voorzichtige schatting moet maken, denk ik dat het in Nederland om 25.000 tot 40.000 bestelauto’s gaat, circa 3 tot 4 procent van het totaal aantal bestelauto’s”, vertelt Erik Busser, de specialist in tachograaf en rij- en rusttijden van Transport & Logistiek Nederland (TLN).

Hoefijzervervoer
De tachograafplicht roept veel vragen op, bijvoorbeeld over de interpretatie van de norm van 30 procent. De Inspectie Leefomgeving & Transport (ILT) die in Nederland toeziet op naleving, gaat uit van een 40-urige werkweek. Wie meer dan 30 procent daarvan – 12 uur dus – achter het stuur ziet, heeft volgens de ILT rijden als hoofdtaak. “Maar dat is een interpretatie van de ILT. Die 12 uur staat in geen enkele officiële tekst”, weet Busser.
Hij krijgt bijval van Ricky Voorn, beleidsadviseur eigen vervoer bij Evofenedex: “In Nederland geldt die 12 uur als richtlijn, ongeacht of de bestuurder twee of zes dagen per week werkt. Maar het kan best zijn dat de instanties in bijvoorbeeld Duitsland die 30 procent anders interpreteren. Daar bestaat nog geen volledige duidelijkheid over.”
Een andere vraag betreft het zogenaamde ‘hoefijzerverkeer’: ritten die de grens overschrijden, maar in Nederland starten en eindigen zonder tussenstops in het buitenland. “Het voorbeeld is een rit van Noord-Brabant naar Zeeuws-Vlaanderen. De snelste weg loopt via Antwerpen”, weet Voorn. “Op dit moment lijkt het erop dat voor dit soort ritten geen tachograaf nodig is.”
Kaarten aanvragen
De impact van de nieuwe maatregelen is groot. Allereerst moeten bedrijven een smart tachograaf van de tweede generatie inbouwen. Dat mag alleen door bedrijven die gecertificeerd zijn om het apparaat te ijken. Wat inbouw lastig maakt, is dat lang niet alle merken daarop zijn voorbereid. “Vrachtwagens hebben standaard een sensor op hun versnellingsbak die met de tachograaf kan worden verbonden. In veel bestelauto’s ontbreekt zo’n sensor”, stelt Busser.
Om een tachograaf te kunnen gebruiken, moeten bedrijven een bedrijfskaart en voor elke chauffeur een bestuurderskaart aanvragen. Dat kunnen ze online doen via de website van het Kiwa Register, maar het verwerken van de aanvragen kan tot twee weken duren. Alle reden om de aanvraag tijdig in te dienen, zeker omdat de verwerkingstijd in de laatste weken van juni door de drukte kan oplopen. “Daarnaast zul je alle chauffeurs moeten uitleggen hoe de tachograaf werkt en hoe de rij- en rusttijdenwetgeving in elkaar zit”, weet Busser.
Overtreding
Uiteraard moeten bedrijven hun tachografen ook uitlezen. Dat kan handmatig met een apparaatje op het moment dat de bestelauto is teruggekeerd op de standplaats, maar ook op afstand met een dataverbinding door de lucht. De Europese verordening schrijft voor dat de tachograaf eens in de negentig dagen en de bestuurderskaart eens in de vier weken moet worden uitgelezen. Bedrijven moeten deze data conform de rij- en rusttijdenwetgeving een jaar lang bewaren.
Daarmee houdt het niet op. Bedrijven dienen hun tachograafdata zelf te analyseren om na te gaan of hun chauffeurs de rij- en rusttijdenwetgeving hebben nageleefd. Als ze een overtreding constateren, zullen ze de betreffende chauffeur zelf daarop moeten aanspreken. “Wie niet aan de regelgeving voldoet, mag een boete verwachten. Reken erop dat het om serieus geld gaat”, stelt Busser, die hoopt dat instanties zoals de ILT vanwege niet meteen vanaf 1 juli streng gaan controleren.

Acht weken
Voor extra complexiteit zorgt de eis dat chauffeurs bij een controle moeten laten zien welke ritten hij de acht weken daarvoor heeft uitgevoerd. “Als een chauffeur alleen in Nederland rijdt, kan hij zijn tachograaf op ‘out-of-scope’ zetten. Daarmee geeft hij aan dat hij op dat moment niet onder de nieuwe regelgeving valt”, legt Busser uit. “Maar dat werkt niet als hij in een bestelauto zonder tachograaf heeft gereden of helemaal de weg niet op is geweest. Als hij dan een ritje naar België maakt, moet hij bij een controle toch laten zien welke activiteiten hij de voorafgaande acht weken heeft uitgevoerd.”
TLN adviseert zijn achterban om die activiteiten toe te voegen aan de bestuurderskaart, zodat de chauffeur die informatie altijd bij de hand heeft. Busser: “Als dat een te grote administratieve last is, mogen bedrijven voorlopig nog een verklaring van activiteiten gebruiken. Dat is een formulier dat ze kunnen invullen en downloaden op de website van de EU. Vroeger heette dat een patronaal attest, maar ook dat betekent een extra administratie.”
Voorn stelt dat apps worden ontwikkeld die het gemakkelijker maken om activiteiten bij te houden en toe te voegen aan de bestuurderskaart. “Maar dan moeten we ervan uit kunnen gaan dat die apps feilloos en betrouwbaar werken. Zolang dat niet het geval is, krijgen bedrijven er een gigantische administratieve last bij.”

Niet op de hoogte
Het Mobility Package is in 2020 al vastgesteld, maar toch vermoeden Busser en Voorn dat lang niet alle bedrijven weten wat de gevolgen voor hen zijn. “De leden van TLN houden zich per definitie met beroepsgoederenvervoer bezig. We verzorgen veel workshops over dit onderwerp, waardoor zij redelijk op de hoogte zijn. Maar dat zal bij veel andere bedrijven niet het geval zijn”, stelt Busser.
Evofenedex is voorzichtig geweest met communicatie over dit thema. “Lange tijd waren er veel onduidelijkheden in de wetgeving, en dan met name hoe andere Europese landen die interpreteren. Omdat daar de afgelopen maanden steeds meer duidelijkheid over gekomen is, hebben we de communicatie opgevoerd”, verklaart Voorn, die net als Busser vermoedt dat lang niet elk bedrijf de tachograafplicht op zijn netvlies heeft staan.
Bedrijven die nu voor het eerst over de tachograafplicht horen, doen er goed aan om zo snel mogelijk in actie komen. “Het liefst vandaag nog”, stelt Voorn. “Vooral omdat die wetgeving zo complex is en omdat nog niet alles voor iedereen duidelijk is. Zorg dat je vandaag nog weet of je aan de nieuwe plicht moet voldoen. En neem bij vragen contact op met ons of met je eigen brancheorganisatie.”


